Actueel

NIEUW Workshops Quilten

Quilten was ooit een manier om een bedsprei of wandkleed te maken. Nu is het een van de meest verfijnde en visueel boeiendste handwerktechnieken.

Naast de bestaande cursus meanderen bieden we vanaf 10 september twee nieuwe workshops met quilttechnieken aan.

Wat is quilten?

Simpel uitgelegd: quilten is het aan elkaar naaien van verschillende lapjes stof met een tussenvulling om daarvan één grote deken te maken.
Vroeger werd de techniek gebruikt om van oude lappen stof warme, dikke bedspreien te maken. Maar in de loop der jaren zijn de quilts steeds mooier en praktischer geworden. Het werden ook heuse erfstukken die van generatie op generatie werden doorgegeven.Maar de techniek beperkt zich niet tot het maken van een deken of een wandkleed. Couturehuis Chanel gebruikt de quilttechniek in de befaamde handtassen. Ook lichte donsjasjes voor hikers en bergbeklimmers worden zorgvuldig gequilt om het vulsel op zijn plaats te houden.

Hoe maak je een quilt?

Een quilt bestaat uit drie delen.

  1. De top – de laag die wordt gemaakt door verschillende lappen stof aan elkaar te naaien volgens een patroon.
  2. De tussenvulling – het vulsel dat ervoor zorgt dat de quilt warm houdt. Die vulling wordt ook wel ‘wattine’ genoemd.
  3. De achterkant – één stuk stof dat de hele achterkant van de quilt bedekt en vaak niet te zien is, hoewel er ook contrasterende stoffen worden gebruikt.

Zodra elk deel van de quilt klaar is en op maat is bijgeknipt, worden de drie lagen aan elkaar gestikt en aan de randen afgewerkt.

Blocking of piecing

Het traditionele beeld van een quilt is een aaneenschakeling van patchworkpatronen. Die worden doorgaans gevormd door een reeks ‘blokken’ die aan elkaar worden genaaid voor ze worden gequilt. Blokken worden gemaakt door verschillende vormen en stijlen van stof aan elkaar te naaien en ze samen een vierkant te laten vormen, of door een figuur te appliqueren op een vierkante achtergrond.

Dit zijn enkele gangbare quiltpatronen:Log Cabin – zo genoemd omdat de langwerpige blokken op een blokhut (log cabin) lijken.
Star – een aantal driehoeken, samen een ster vormend, in een vierkant blok.
Flying geese (vliegende ganzen) – een reeks driehoekjes achter elkaar, lijkend op een vlucht ganzen – vliegend naar het zuiden om te overwinteren.
Hoewel sommige moderne technieken afstappen van vaste vormen en patronen werken de meeste quilters met zulke blokken.

Applicatiequilt

Je maakt een applicatiequilt door figuren van stof op een achtergrond te naaien. In tegenstelling tot traditionele patchworkblokken maak je met applicatiequilts een afbeelding. Sommige quilters vinden appliqueren makkelijker omdat je dan geen perfect geometrische vormen hoeft te maken en daardoor minder tijd verliest aan het precies op elkaar laten aansluiten van de deeltjes.

Quilt as you go

De techniek ‘quilt as you go’ is een snelle manier om lapjes aan elkaar te naaien. In plaats van blokken te maken van verschillende lapjes stof naai je smalle stofdelen direct op de tussenvulling en stik je daarna de lijnen door om de achterkant van de quilt vast te zetten.

Paper Piecing

Ook wel foundation piecing of FPP genoemd. In deze quilttechniek worden lapjes stof direct op een sjabloon genaaid. Meestal is dat een papieren quiltpatroon. Je gebruikt dat foundationpatroon voor een enkel quiltblok of voor een totale quilt. Als het goed wordt uitgevoerd, zijn de quiltblokken altijd perfect. Deze techniek laat kleine of scherpe vormen beter uitkomen.

Meanderen

Bij het meanderen denk je vooral aan de techniek waarbij op een quilt vlakken gevuld worden met vloeiende, golvende stiklijnen. Er bestaan meerdere technieken om te meanderen uit de vrije hand. Ook kan er een stof met een patroon worden gekozen waarbij het meanderen de lijn van de patronen volgt.
 

Kleuren en stoffen kiezen

De eerste stap in quilten, is je afvragen waar je de quilt voor gaat maken. Een babyquilt is bijvoorbeeld kleiner en heeft meestal andere kleuren dan een quilt voor een volwassen bed. En een quilt die als wandkleed aan de muur zal hangen, moet niet zo slijtvast te zijn als bedspreien of dekentjes die regelmatig gewassen zullen worden. Zodra je weet waarvoor je quilt zal dienen, kun je stof kiezen, een kleurenschema uitwerken en beslissen welke techniek je gaat gebruiken. Soms is er zoveel keuze dat het je gaat duizelen! Volg je geen patroon met een strikt kleurenschema? Dan kun je prima te werk gaan met alle restjes stof die je bewaard hebt. Quilts zijn ideaal om je restjes voor te gebruiken! Sommige stoffen zijn makkelijker te naaien dan andere. En andere zijn warmer of steviger. De stofkeuze zal afhangen van het einddoel van je quilt, maar doorgaans wordt katoen van goede kwaliteit aanbevolen.